• Manon

Als je later groot bent

“Wat wil jij later worden als je groot bent?” Misschien wel een van de meest gestelde vragen die je hoort als je nog kind bent. “Als je later groot bent kun je alles worden wat jij wil. Astronaut bijvoorbeeld, of dierenarts.”


Als kind groei je op met het idee en de overtuiging dat je ‘iets’ moet ‘worden’ als je ‘later groot bent’. Maar, wanneer is ‘later’? Wanneer ben je dan ‘groot’? En als je ‘iets’ moet kiezen, wat zijn dan de mogelijkheden precies? Daarnaast krijg je vanaf een bepaalde leeftijd in de gaten dat sommige antwoorden met quasi-medelijdende blikken worden beantwoord en sommige antwoorden juist veel gejuich en bemoedigende woorden opleveren. Je leert dat je niet moet antwoorden met ‘kassajuffrouw’ of ‘automonteur’. Of nee, stel je eens voor dat je zou antwoorden dat je reiziger wil worden? Of simpelweg gelukkig?


Zodra je naar de lagere school gaat wordt je klaargestoomd voor de cito-toets. Je wordt continu gepushed om zo goed mogelijk je best te doen. Maar wat er gaat gebeuren nádat je (trillend-van-de-spanning-en-vermoeid-van-de-nachtmerries) éindelijk die eindstreep hebt behaald met het toelatingspapiertje voor de HAVO in je hand, verteld niemand. Want het begint natuurlijk gewoon weer opnieuw. 5 jaar vol knokken, stilzitten en woordjes stampen. En trouwens, ode aan alle CKV-juffen van deze wereld, want die proberen in dat ene spaarzame uurtje per week toch nog te inspireren tot creativiteit. Als je zo’n 16 jaar oud bent, moet je kiezen voor een vakkenpakket. En let op! Want “nu mag je eindelijk gaan beslissen wat je later gaat worden”. Zulke opmerkingen maken krasjes in zelfvertrouwen van een puber die gebukt gaat onder stress. En mocht die puber eens zuchtend of verdrietig thuiskomen, dan krijgt ze toch zeker even te horen dat ze zich niet zo moet aanstellen. Want later als je groot bent, dán heb je het pas zwaar. “Wat een leven, die millenials”, zuchten de ouders tegen elkaar. “Vroeger, toen hadden wij het pas echt zwaar. Nu hebben ze alles wat ze zich maar kunnen wensen!”


We vinden het, als maatschappij, toch gek dat al die verwende millenials in hun eerste baan volledig uit de bocht vliegen. Burn-outs, depressies, hoge bloeddruk, hyperventilatie, identiteitscrisissen en oververmoeidheid liggen op de loer. Want nú is het zover. Het is nú later. Je bent nú groot. Toch? Nu heb je alles op orde. Je bent dokter. Of je bent ‘International-Communication-Specialists-Manager’. En dat is dan ook jouw antwoord als iemand op een verjaardagspartijtje aan je vraagt: wie ben jij? Jij bent jouw baan, functie of prestaties.


Ook ik gaf jarenlang wenselijke antwoorden. Ik was marketeer, programmamaker en later stadsprogrammeur. Ik was het theater. Zo trots als een pauw, maar zo vermoeid dat ik overdags amper mijn ogen open kon houden. En nadat een enorme knal genaamd ‘burn-out’ zich in mijn leven boorde, was ik ineens niets meer. Dat dacht ik dan tenminste. Het was een van de ergste én beste dingen die me zijn overkomen. Vanuit niets komt iets. Het besef dat er veel meer is dan dat ik altijd dacht dat er was. Zodat ik trots kan zijn op wie ik ben. Niet morgen, niet later, maar nú. Want ik ben gelukkig en ik ben gezond. En ik ben een boekenliefhebber, reiziger en levensgenieter. En ik ben een geliefde, ik ben een dochter en vriendin. Maar boven dat alles ben ik gewoon Manon.





SHARE YOUR STORY

Heb je vragen, opmerkingen of wil je jouw eigen verhaal delen?

  • Polarsteps
  • Instagram
  • Facebook

©2020 door Happy Society